EN
NL
FR
DE
 Huisreglement
 Eerste keer ?
 Pretparken
 Waterwereld
 Kermis
 Gezinstesten
 Geruchten en Nieuws
 Streaming Video
 Desktops  
 Links-Algemeen
 Links-Industrie
 Onder de loep
 Geschiedenis
 Interviews
 Veiligheid
 Woordenboek
 Ledenpagina's
 Tripverslagen
 TPV Shop
 Forum (publiek)
 Het TPV Team 
 Lid worden

 
 De geschiedenis van de achtbaan

1. Oorsprong: van slede tot rollercoaster
 
2. USA goes crazy
 
Op geregelde tijdstippen publiceert ThemeParkVision een artikel uit een vorige uitgave van Achtbaner, het tijdschrift van de Rollercoaster Friends.  Bij deze laten we dus weten dat de Friends veel meer inhoud te bieden hebben dan louter roller coaster ritjes maken.  Je leert er een pak van.
 
De eer om de eerste echte Amerikaanse roller coasting constructie te vervaardigen was weggelegd voor LaMarcus Adna Thompson, die in 1884 de Switchback railway te Coney Island (New York) bouwde.  Nochtans bestonden er reeds patenten van J.G. Taylor en R. Knudson inzake roller coasters, maar werd geen enkele van deze concepten echt gebouwd. 
De Switchback railway was enkel voor publieke doeleinden opgericht. De coaster bestond uit 2 parallel lopende hellingen van +/- 150 meter lang.  Beide uiteinden bestonden uit een laadstation (op een duizelingwekkende 15 meter hoogte).  Personeel droeg de lege karretjes telkens naar boven voor een volgende rit in de andere richting. 

Ondanks de snelheid van 10 km/uur werd deze coaster een groot succes.  Tegen betaling van 5 cent kon de wachttijd voor een ritje tot meer dan 3 uur oplopen.  De totale kostprijs werd dan ook binnen de kortste keren terugverdiend.  (Als je de Switchback vergelijkt met Les Montagnes Russes in Parijs van 1817, dan besef je hoe ver de USA achterstonden). 
Uiteraard was het enorme succes van deze achtbaan anderen niet ontgaan.  Enkele maanden later bouwt Charles Alcoke, ook te Coney Island, de Alcoke coaster.  Deze coaster was in één volledig parcous gebouwd, met een mechanisch systeem om de karretjes weer naar boven te brengen, zodat er geen tijdverlies meer was om de karretjes in een ander spoor te dragen en waardoor de capaciteit gevoelig toenam.  In 1885 zie Amerika's derde coaster te San Francisco het daglicht.  Waar tot voordien de passagiers zijdelings plaats moesten nemen, mag men in deze door Philip Hinckle's gebouwde coaster voorwaarts de veel hogere, stijlere en snelle rit meemaken.  In 1887 maakte de Sliding Hill and Toboggan Coaster als eerste een achtvormig parcours.

In 1887 bouwt Thomson te Atlantic City de Scenic Railway.  Deze baan wordt gekenmerkt door zijn overvloedige decors, speciale effecten, lichteffecten (electriciteit was pas uitgevonden) en dia-projecties. Tevens worden meerdere karretjes aan elkaar vastgemaakt, waardoor een treintje ontstaat.  Door het nooitgeziene suces wordt de Thompson Scenic Railway firma opgericht welke over de hele wereld, tot zelfs in India, dit type coaster bouwt.
Rond dezelfde periode ziet een ander type van attractie, werkend op de aantrekkingskracht, het daglicht.  De helling bestaat uit honderden rollen waarop sledes naar beneden rollen/glijden.  Velen menen  dat de naam "roller coaster" hiervandaan komt.  Nochtans droeg Thompson's eerste patent in 1885 reeds de titel "Roller Coasting Structure".
De Scenic Railways haalden nooit een hoge snelheid, maximum 20 km/uur.  Dit kwam doordat de treintjes in een houten spoor/goot reden.  Wieltjes onderaan en op de zijkant hielden de treintjes in het juiste spoor.  Dit systeem wordt "side friction" genoemd.  De Leap-the-Dips van Edward Joy Morris te Lakemont Park (Pennsylvania) werkt nog volgens dit principe.  Opgericht in 1902, en volledig gerestaureerd in 1999, is dit de oudste coaster waarop je nog ritjes kan maken.  Van nostalgie gesproken.

De populariteit van "pleasure parks" groeide en groeide.  Coney Island was zo bekend dat het in 1875 maar liefst 1 miljoen bezoekers telde.  Een jaar later verdubbelde dit aantal.  Toch wordt het in 1895 opgerichte Sea Lion Park als het eerste volwaardige Amerikaanse amusementspark aanzien, omdat het een volledig gesloten park was waarvoor je inkom diende te betalen.  Bij de opening had dit park zelfs een looping coaster.  Maar de Flip Flap (ronde loop) was zo ruw dat vele rijders over nek- en rugproblemen kloegen.  De G-krachten waren veel te hoog.  Daarom werd hij in 1901 vervangen door de Loop the Loop, waarbij de looping dit keer een eliptische, veel comfortabelere rit garandeerde.

En andere parken volgden.  Steeplechase park opende in 1897 haar deuren.  Hoogtepunt in dit park was de Steeplechase.  Een nog steeds bestaande gelijkaardige coaster vindt men in BlackPool Pleasure Beach (UK). In 1903 werd Sea Lion Park vervangen door Luna Park.  Honderduizenden gloeilampen verlichtten dit park.  Decoratie werd hier ten top gedreven.  Zowel attracties als shows moesten het publiek entertainen.  Dit park had in haar glorietijd jaarlijks 4 miljoen bezoekers. 

In 1907 zorgt Christopher Feucht met zijn Drop-the-Dip te Coney Island voor meer sensatie op een achtbaan.  Grotere drops en scherpere bochten bezorgen een veel snellere rit dan de nog steeds populaire maar tamme Scenic Railways.  Een soort "safety bar" houdt de rijders in hun zitje. 

Toch is het wachten op het talent en de ingenieusiteit van één persoon.  John A. Miller zorgt voor een ware revolutie.  Door zijn visie en inzicht zal de coasterwereld er helemaal anders gaan uitzien.  De moderne roller coaster wordt herboren.

Pascal Liesenborghs, Rollercoaster Friends



3. Hoogtepunt en verval 

4. De Coaster-renaissance

5. De nieuwe generatie (begin jaren ‘90)