|
 |
De geschiedenis van de achtbaan |
 |
1. Oorsprong: van slede tot rollercoaster
2. USA goes crazy
Op
geregelde tijdstippen publiceert ThemeParkVision een artikel uit een vorige
uitgave van Achtbaner, het tijdschrift van de Rollercoaster Friends. Bij
deze laten we dus weten dat de Friends veel meer inhoud te bieden hebben dan
louter roller coaster ritjes maken. Je leert er een pak van.
3. Hoogtepunt en verval
John A. Miller. Ingenieur maar vooral uitvinder . Werkende voor La Marcus Thompson ontwerpt hij oa het ‘anti-roll back’ systeem (het bekende klikkend geluid op een lifthill), wieltjes onder de rail, banking in de bochten, remmen, veiligheidsbeugels… Meer dan 100 patenten heeft hij op zijn naam staan. Door zijn uitvindingen kunnen coasters grotere hellingen en snelheid aan. Op hedendaags gebouwde coasters worden nog steeds door Miller geinspireerde veiligheidsvoorzieningen gebruikt. En je kan zelfs nog ritjes maken op door deze genie gebouwde coasters : de Racer en Jack Rabbit te Kennywood Park (PA), in hetzelfde park de Pippin (maar in de jaren 60 omgebouwd tot de Thunderbolt), de Big Dipper te Six Flags Ohio (voordien Geauga Lake) en de Jack Rabbit te Clementon Lake Park (NJ).
Nu het publiek meer en veiligere sensatie gewaardborgd krijgt, beleeft deze industrie gouden tijden. Nieuwe constructeurs doen hun intrede waaronder Harry C. Baker. Zijn firma, onder leiding van ingenieur Vernon Keenan, bouwt in 1927 te Coney Island de legendarische Cyclone. Op de openingsdag van deze coaster kwamen een 75.000 personen opdagen en na een jaar was de kostprijs van 100.000 USD reeds terug verdiend. Plezant detail over deze coaster : Emilio Franco verloor in 1943 zijn spraakvermogen. In ’49 reed hij een ritje op de Cyclone en sprak volgende woorden : ‘I feel sick’.
Verder is er Herb Schmeck, welke de in 1904 opgerichte Philadelphia Toboggan Company (PTC) overneemt. Deze firma introduceerde destijds de fin-brake waardoor op een korte afstand de treintjes gestopt konden worden.
Een andere grote firma is de National Amusement Devices (NAD) welke een tijd met Miller heeft samengewerkt en welke gespecialiseerd was in het bouwen van treintjes.
Tijdens deze gouden periode schat men het aantal coasters wereldwijd rond de 1500.
Twee personen zorgen in deze periode voor nooit geziene terreurmachines : Harry Traver en Frederick Church.
Traver, voornamelijk constructeur van ‘flat rides’, is vooral bekend omwille van zijn in 1927 gebouwde Cyclone te Crystal Beach (Ontario). Deze stalen constructie met houten spoor niet verwarren met de, eveneens van 1927, Cyclone te Coney Island.
De Crystal Beach Cyclone coaster was zo ruw dat een verpleegstersruimte nodig was aan de uitgang van deze helse machine. Het publiek kwam vooral om deze coaster te zien, niet om ermee te rijden. Te duur onderhoud en te hoge verzekeringspremies zorgen ervoor dat deze achtbaan kort na WOII ontmanteld wordt. Het gerecupereerde materiaal werd gebruikt voor de bouw van de Comet welke nog hedendaags kan bewonderd worden te ‘The Great Escape’ in Lake George (NY).
Church, welke een firma runde samen met Thomas Prior, werkte nauw samen met de Traver Engineering Company. Samen bouwden ze tal van bob-achtige coasters waarvan de alhoewel kleine Riverview Bob in de top-10 aller tijden van de coasters wordt genoteerd. Te harde coasters van Church, zoals de Aer-coaster van Playland te Rey (NY) werden, net zoals die van Traver, weer afgebroken. Meer succesvolle coasters van deze meester zijn de nog steeds bestaande Giant Dipper te Santa Cruz (CA) en de volledig gerestaureerde Giant Dipper te Belmont Park in San Diego (CA).
En dan volgt, eind jaren 20, de grote depressie. Gevolgd door WOII moeten vele parken hun deuren sluiten. Het volk heeft geen extra geld over voor vertier en investeert liever in andere vormen van entertainment zoals de televisie. Van de +/- 2000 parken die de VS telde in 1920 bleven er in 1948 maar 368 over. Deze zwarte periode duurt voort tot de 60-tiger jaren waardoor de toenmalige beste parken (oa het Chicago’s Riverview Park met zijn 7 coasters) en constructeurs over kop gaan. Enkel PTC en NAD overleven.
In California wordt een nieuw soort park opgericht. Meer gericht op families met kinderen opent Disneyland in 1955 zijn deuren. Pas in 1959 heeft dit park zijn eigen coaster. En wat voor een. De Mattterhorn Bobsleds rollercoaster van Arrow Development Co of Mountain View is de eerste coaster die gebruikt maakt van een stalen spoor. Nylonwieltjes houden de karretjes perfect op de ronde stalen buizen.
Ondanks deze positieve impuls blijven andere parken overkop gaan. Toch kunnen sommigen nieuwe investeringen verrichten. Zo wordt in 1961 Six Flags over Texas opgericht (*) Mr Twister wordt in 1965 te Elitch Garden in Denver (CO) gebouwd , de Pippin te Kennywood wordt in 1968 omgetoverd tot de Thunderbolt.
Het tij begint stilletjes te keren. Het is evenwel nog wachten tot in 1972 als 1 coaster de wereld zal verbazen. Het succes van deze houten achtbaan luidt het begin van een nieuw tijdperk in, de coasterrenaissance kan beginnen.

Pascal Liesenborghs, Rollercoaster Friends
4. De Coaster-renaissance
5. De nieuwe generatie (begin jaren ‘90)
(*) Nu is Six Flags van Premier en vormt het de grootste pretparkketen in de wereld.
|
|
|