De Wolf en de Zeven Geitjes (Efteling)

Omschrijving attractie

De Wolf en de Zeven Geitjes is een bekend sprookje, en in de Efteling was het het laatste grote project van één van de oprichters, Anton Pieck. Het sprookje is voor zijn tijd best knap en groots uitgewerkt: Je komt eerst voorbij moeder geit, die naar de markt vertrekt en dan krijg je pas zicht op wat er binnen in het huisje van de geitjes gebeurt: 6 geitjes zitten een gezelschapspelletje te spelen en het zevende en kleinste geitje zit alvast verstopt in de klok. In het huisje zijn er enorm veel details te ontdekken, dus loop het niet zomaar vlug voorbij wil je alles gezien hebben!
Aan de andere kant van de geitenwoning, bij de voordeur, staat de hongerige wolf een list te bedenken om binnen te geraken.
Het volledige sprookje:

Er was eens een lieve moedergeit die zeven kinderen had. Ze woonden in een leuk huisje in het bos. Daar konden de jonge geitjes heerlijk buitenspelen. Behalve als hun moeder er niet was. Dan moesten ze binnen blijven. Want in het bos woonde een grote gevaarlijke wolf die wel van een jong geitje hield. Er werd gezegd dat de wolf in één hap een geitje op kon eten… met huid en haar!

Op een dag zei de moedergeit: ‘Kindjes, ik ga boodschappen doen in het dorp. Jullie moeten binnenblijven en voor niemand opendoen. De wolf is heel slim en sluw. Hij zal vast proberen jullie voor de gek te houden.’ De geitjes beloofden goed op te letten. Ze zwaaiden hun moeder uit en deden de deur goed op slot.
Moeder geit was nauwelijks weg of daar werd op de deur gebonsd. Iedereen schrok van het geklop en van de rauwe stem die riep: ‘Ik ben het, moeder. Ik ben al terug!’
‘Daar geloven we niets van!’, riepen de geitjes. ‘Moeder heeft een lieve, zachte stem. Maar jij niet, jij bent de wolf. Ga weg!’ Toen ze door het raampje keken, zagen ze de gemene wolf weglopen. De geitjes waren gerust en gingen fijn spelen.

Maar de wolf was niet van plan het zomaar op te geven. Hij liep regelrecht naar een winkeltje aan de rand van het dorp. Hij kocht er een groot stuk zacht krijt. Niet om mee te schrijven, maar om op te eten. Hij kreeg er een zachte stem van. De wolf rende snel terug naar het geitenhuisje. Hij bonsde weer op de deur en riep: ‘Hallooo!’ met een veel hogere en zachtere stem dan eerst. ‘Ik ben het, moeder.’ ‘Daar is mama!’, riepen de geitjes blij. Maar toen ze nogmaals door het raam keken, zagen ze een grote zwarte poot op de vensterbank liggen. ‘Ga weg wolf! Jij bent het weer. We zien het aan je zwarte poot, die van moeder is wit!’ De wolf was woest. Het was hem weer niet gelukt. ‘Nu zal hij wel niet meer terugkomen’, zei het oudste geitje en alle geitenkindertjes gingen verder met spelen.


Ondertussen bracht de wolf een bezoekje aan de bakker. Met meel maakte hij zijn poot helemaal wit. Die leek nu sprekend op een geitenpoot. Gemeen lachend rende hij weer terug naar het huisje en bonsde nog eens op de deur. Met een lief stemmetje sprak de wolf: ‘Hallo, ik ben het, moeder. Ik ben weer thuis.’ ‘Laat dan eerst je poot maar eens zien’, riepen de geitjes. De wolf liet zijn witte poot zien. ‘Ja, het is moeder!’, juichten de geitjes. ‘We doen open!’ En ze haalden het slot van de deur...
Woest brullend stormde de wolf het huis in! ‘Hahaaa! Nu héb ik jullie!’, lachte hij gemeen. ‘Ik ga jullie opeten!’ De geitjes stoven angstig alle kanten op. Ze kropen in de kast, achter de kast, op het bed en in het bed. Eén geitje rende naar de keuken en een ander kroop in de kachel. Het allerkleinste geitje verstopte zich in de grote staande klok en deed het deurtje dicht. De wolf denderde door het huis en schrokte het ene na het andere geitje naar binnen. Het kleinste geitje bleef bibberend in de klok zitten. Nadat de wolf het zesde geitje met huid en haar had opgegeten, was zijn honger gestild. Tevreden gapend liep hij de deur uit en ging een dutje doen.

Toen moeder geit thuiskwam en de deur open zag staan, begreep ze meteen wat er gebeurd was. In het huisje lag alles omver, maar het ergste was dat de kinderen weg waren! Ze riep hen een voor een, maar kreeg geen antwoord. Op één klein stemmetje na. Achter het ruitje van de grote klok zat haar jongste kind. Ze bevrijdde hem en nam hem op schoot.
Het kleine geitje vertelde alles. Over de wolf en hoe deze hen voor de gek had gehouden. Moeder moest huilen, maar het kleintje was dapper. ‘Kom mee! De wolf is misschien nog in de buurt!’ Samen liepen ze naar buiten op zoek naar de wolf. Het vreselijke beest lag te slapen onder een boom. Hij snurkte oorverdovend en zijn dikke buik stak hoog boven het lange gras uit. Moeder geit keek eens goed. Wat was dat? Het leek wel of er nog van alles in die buik bewoog. Zouden de geitjes nog leven? ‘Haal vlug mijn naaispulletjes!’, fluisterde moeder geit en het kleintje deed meteen wat ze vroeg. Met een schaar knipte ze voorzichtig de buik van de slapende wolf open. Een voor een kwamen de geitjes tevoorschijn. Wat was moeder blij! ‘Haal gauw een paar grote stenen, dan doen we die in zijn buik’, zei ze.
Alle geitjes hielpen mee. De wolf sliep zo diep dat hij niet merkte dat zijn buik opnieuw gevuld werd. Deze keer niet met geitjes, maar met loodzware keien! Moeder naaide de buik snel dicht en verstopte zich samen met haar kinderen achter de struiken.

Even later werd de wolf wakker. Hij voelde zich helemaal niet lekker en had verschrikkelijke dorst. Waggelend liep hij naar de bosvijver en kreunde. Hij boog zich voorover om te drinken. De stenen in zijn buik rolden naar voren en de wolf viel met een plons in het koude water. Hij spartelde nog even, maar zonk toen als een baksteen naar beneden en verdronk.
‘Hoera, hoera!’, juichten de geitjes en ze kwamen achter de struiken vandaan. Blij dansten ze rond de vijver. Moeder geit tilde haar jongste op en gaf hem een dikke knuffel. ‘Jij mag dan het kleinste geitje zijn, je bent wel de grootste held!’
Meer foto's

Specificaties

Type attractie: Sprookjeszone
Opening: 1973

Foto's