Auteur: Geen geen - Gepubliceerd: 21 Apr 08, 16:35
Share

Veel Europese grootsteden bezitten een eeuwenoud recreatiepark dat in de loop der jaren uitgroeide tot een heus pretpark. Zo denk ik aan Wiener Prater in Wenen, Tivoli in Kopenhagen of Parque de Attracciones in Madrid. Deze parken zijn uiteraard zeer gekend omdat er in hun aanbod enkele interessante attracties aanwezig zijn. Maar wisten jullie dat de hoofdstad van Frankrijk, Parijs, ook beschikt over zijn eigen pretpark?

Oud stafflid Thibault Van Look bracht een bezoek aan dit speciale pretpark Le Jardin d'Acclimatation en schreef er een boeiend tripreport over.

Een groene parel in 't hart van de stad

Het zogenaamde ‘Jardin d’Acclimatation’ is gelegen in het hart van de stad, tussen La Défense en Etoile. Op 25 maart, na een bezoekje aan het Château de Versailles, stapte ik samen met mijn vriendin Melissa van de Parijse metro af in het station Les Sablons. We kwamen er terecht op de lange avenue die in rechte lijn de grote drie triomfbogen van Parijs (Arc de La Défense, Arc de Triomphe en Arc de Triomphe du Carrousel) met elkaar verbind. Deze avenu is zowat de drukste van heel Parijs en niets zou doen vermoeden dat net achter deze superhectische straat een oase van rust schuilgaat. De eerste zijstraat na het metrostation brengt je namelijk meteen in de kalme groene omgeving van het Bois de Boulogne alwaar pretparkfans hun hartje kunnen ophalen in het Jardin d’Acclimatation.

De geschiedenis van dit park gaat ver terug tot in de 19e eeuw. In die tijd had de rijke bevolking van Parijs steeds meer aandacht voor verre bestemmingen. De rijke aristocraten in Parijs wilden reizen en wilden kennis maken met andere culturen. Er kwam veel interesse voor nieuwe fenomenen en voor het exotische. En die gedachtegang zorgde ervoor dat Napoléon III in Parijs een park liet inrichten waar mensen kennis konden maken met het exotische karakter van verre bestemmingen. Het Jardin d’Acclimation, dat letterlijk vertaald de ‘tuin van gewenning/aanpassing’ betekent (de tuin moest de Parijzenaars laten wennen aan het exotische), werd ingericht met mooie dierenverblijven, uitheemse tuinen, knappe waterpartijen en vooral veel (voor die tijd) vreemde dieren. Voor het eerst konden Parijzenaars kennis maken met beren, olifanten, giraffen, kamelen en zelfs kangoeroes. In 1860 werd het park officieel ingehuldigd en het bleek een enorm succes te zijn. Maar het succesverhaaltje heeft echter niet lang mogen duren. Toen de oorlog met Pruisen in 1870 uitbrak (de gekende belegering van Parijs) kwam er hongersnood in de stad, waardoor recreatie niet meer aan de orde was. Sterker nog, door de hongersnood belandden veel dieren uit de Jardin d’Acclimation in de magen van uitgehongerde Parijzenaars. Het park kwam in verloedering en het leek even alsof het park definitief gesloten bleef. Maar in 1880 opende het park terug met als aantrekkingspool een spoortraject doorheen het Bois de Boulogne dat vertrok vanuit de Jardin.

Vanaf de start van de 20ste eeuw wordt de Jardin een familiaal recreatiepark waar culturele educatie van belang is. Zo vinden er in de eerste helft van die eeuw heel wat tentoonstellingen plaats, worden er concerten gehouden, films worden getoond en ook sportieve activiteiten vinden hun plek in de Jardin. Ook opende toen, in 1927, één van de charmantste attracties van de Jardin, de bootvaart ‘La Rivière Enchanté’.
Doorheen de jaren bleef de Jardin een familiale bestemming, en in de jaren '70 ging het park ook terug naar zijn roots door het toevoegen van heel wat dierenverblijven. En, zoals dat bij de meeste pretparken van vandaag het geval was, begon vanaf de jaren 80 de uitbreiding tot pretpark. Er kwamen tal van molens en horecapunten bij en zelfs enkele, weliswaar bescheiden, achtbanen. Echter zou ik het Jardin d’Acclimatation niet meteen de status van een pretpark meegeven. Het is eerder een familiaal recreatiepark met een pretparkgedeelte. Want zo kan je er naast de attracties balletjes schieten op het golfterrein, paardrijden in de manège, rondplonsen in een waterspeeltuin, genieten van de mooie tuinen, je uitleven op verschillende speeltuigen en een bezoek brengen aan de verschillende dierenverblijven. Ook zijn er her en der in het park expo-halletjes waar je van tijd tot tijd tentoonstellingen kan bekijken.

Een bezoek aan het park

Toen ik het park bezocht op dinsdag 25 maart was het er bijzonder rustig. Dit waarschijnlijk omdat ik er toekwam in de late namiddag op een niet bepaald zonnige of warme dag. Daarenboven was de paasvakantie in Frankrijk nog niet van kracht. De bomen waren kaal en de aanblik van de ingang was niet bepaald fleurig. Even was er twijfel of het park wel open was, maar in één van de bijzonder fijn vormgegeven loketten zat er toch iemand. De toegangsprijs bedraagt € 2,70 en geeft je toegang tot al de tuinen, dierenverblijven, speeltuigen en voorzieningen. Verder werkt men in het park met een ticketsysteem. Doe je een attractie of tentoonstelling kost je dat één ticketje dat net als de toegang €2,70 kost. Goedkoop is dat niet echt, maar als je die prijs naast een gemiddelde attractie op de Parijse foor (Foire du Trône) plaatst, die ik 2 dagen eerder bezocht, valt dat best nog mee.

Mijn intrede in het park was behoorlijk vreemd. Het leek wel alsof ik, samen met mijn vriendin Melissa, als enige in het park aanwezig waren. Er viel, op enkele tuinmannen na, niemand te bespeuren. Na langs enkele fraaie grasperkjes met mooie bloemen te hebben gewandeld kwamen we gelijk terecht in de attractiezone van het park. Hier staan heel wat kleine attracties, het merendeel van kermisuitbaters overgenomen. Zo vind je hier een carrousel, een kettingmolen, een paardenritje voor kinderen, een frog hopper, een theetassenmolen en nog een dozijn andere draaimolens. Echt van thematische inpassing kan je hier niet spreken. Eigenlijk is het een plein waar al de attracties lukraak op zijn geplaatst. Echt sfeervol was het hier trouwens niet, want slecht 3 attracties op dit plein waren geopend. De andere attracties waren omwille van het lage bezoekerscijfer die dag gesloten. Een personeelslid wist me trouwens te melden dat in de weekends en op woensdagen steevast wel alle attracties geopend zijn. Ergens jammer dus dat ik er op een dinsdag stond, want de custom Reverchon spinning coaster 'Papillons d’Alice' had ik best wel willen doen. Maar langs de andere kant had ik de dag voorheen Crush’ Coaster in het Walt Disney Studio's Park (c) nog kunnen aanvinken, dus klagen deed ik zeker niet. Verder vind je op dit pleintje ook een powered coaster terug, Tacot Express. Deze was wel geopend, maar ik heb me de moeite van een ritje bespaard toen ik zag dat deze powered coaster, op zijn laatste afdaling na, nog niet aan de hielen kwam van Casey Jr’s snelheid (die ik trouwens de dag ervoor ook al deed ).

Het attractiegedeelte van het park verlieten we dus vrij snel om kennis te maken met de tuinen. We werden door het gefluit van vogeltjes (dat door boksen werd geschald) aangetrokken. We wandelden over een brugje alwaar we terechtkwamen in een soort boomgaard waar fruit in de struiken hing. En achter deze struiken bevond zich een huisje waar deftige heren in kostuum een deur voor ons openden. Geloof het of niet, maar plots waren we terechtgekomen in een reclamestunt voor de nieuwste ijssmaken van La Laitière (nu met minder suiker en meer smaak ). Aan de hand van een aantal geur- en tastspelletjes met persoonlijke begeleiding konden we onze fruitkennis op de proef stellen (waar we nog niet zo slecht op scoorden overigens), om vervolgens te genieten van een portie gratis ijs. Het was overigens best grappig om als enig koppeltje er van een ijsje te smullen terwijl er wel 8 personeelsleden rondliepen.

Na deze aangename verrassing wandelden we verder de tuinen in waar we in een aardig ogende Koreaanse thematuin aankwamen met exotische vogels, boeddhistische beelden, bonsaiboompjes en Aziatische paviljoenen. Zelfs een theehuisje ontbrak er niet en net achter dit huisje troffen we nog een achtbaan aan, Dragon. Deze was best mooi ingeplant in het landschap, maar wat zag die er raar uit. Het traject van deze baan bedraagt 200m, maar tijdens de rit krijg je maar liefst 3 booster-lifthills te verwerken van slechts 5 meter hoog. Het zag er een bijzonder grappig ding uit, dat zeker een plaatsje verdient in het topic ‘coaster rariteiten kabinet’. Maar helaas was ook deze gesloten..

Een beetje verder kwamen we terecht bij de dierenverblijven. Naast een hele boerderij kom je hier ook beren, allerhande vogels en lama’s tegen (die blijkbaar graag aan het dak van hun eigen verblijf knabbelen ). Wel vreemd is dat de kippen zich hier achter een hek bevinden maar dat de pauwen en de kalkoenen gewoon los rondliepen doorheen het park.
Tussen de dierenverblijven door vind je trouwens ook een fijn tuintje, waar heel wat groenten, fruit en kruiden groeien. Wij hadden het geluk dat de fruitbomen toen net aan het bloesemen waren, wat uiteraard voor een fijne aanblik zorgde.

Het sluitingsuur (18uur) kwam er stilaan aan en we begaven ons rustig door de tuinen flanerend naar de uitgang. Deze zachte en rustige wandeling deed ons echt helemaal vergeten dat we in één van ’s werelds drukste steden waren. Enkel de Eifeltoren die we door de bomen heen konden zien deed ons eraan herinneren dat we in Parijs waren. En na een bezoekje van een klein anderhalf uurtje verlieten we het park. En ondanks dat we anderhalf uur in een verlaten park met vooral gesloten attracties hadden gedwaald heeft de Jardin d’Acclimatation ons toch bijzonder weten te bekoren. Akkoord, er staan geen noemenswaardige attracties, de dierenverblijven zijn niet uitzonderlijk en de tuinen zijn geen vergelijk met die van Versailles dat we eerder die dag bezochten. Maar de charme van deze groene oase in de grootstad Parijs heeft ons wel een warm gevoel bezorgd. Aan het einde van ons bezoek maakten we dan ook het voornemen deze zomer het park nog eens te bezoeken. Zodat we kunnen genieten van de tuinen in volle bloei, de levendigheid in het park en uiteraard ook de attracties, zowel de achtbanen als de historische bootvaart en treinrit.

Daarom sluit ik dit TR af met een wordt vervolgd. En ik hoop stiekem dat dit TR voor jullie informatief is geweest.


En ondertussen is het tijd voor dat vervolg. Want Melissa en ik bezochten op 3 augustus Le Jardin d’Acclimatation voor een tweede maal, en deze keer waren wel alle attracties operationeel. Let wel dat dit TR geschreven is als een vervolg op wat ik voorheen schreef in dit topic. Voor wie mijn volledig verhaal wenst te kennen raad ik dus aan dat verslag eerst (nog eens) te lezen alvorens hier voort te gaan. En zoniet, geniet dan gewoon van het vervolg .



Op 3 augustus was het zover, onze herkansing op een bezoek aan Le Jardin d’Acclimatation. Het was een bijzonder warme maar eerder wisselvallige dag boven de stad Parijs en met goede moed stapten Melissa en ik weer uit de Metro van Les Sablons om vervolgens richting Le Jardin d’Acclimatation te gaan. Net als in maart blijft het raar om meteen van de drukste avenue in Parijs over te stappen in een groene oase van rust. De bomen stonden deze keer uiteraard mooi in bloei waardoor het effect nog sterker was dan in maart. Op deze foto, genomen vanaf Tour Montparnasse kan je trouwens zien hoe groot deze groene zone is in de grootstad.

Aan de toegang bleek ook dat het park vandaag goed te doen had. Uiteraard waren we blij verheugd, want dat betekent dat we ditmaal de Jardin in al zijn levendigheid zouden zien. We besloten om bovenop de toegangsprijs van €2,70 en boekje te kopen met 15 attractietickets, wat ons 32 euro kostte. Respectievelijk een 2-tal Euro per attractie. Goedkoop is dit niet, maar het is wel 50% goedkoper dan een gemiddelde attractie op een grote kermis. Ieder ticketje geeft je dus toegang tot een attractie. Of dit nu een achtbaan is of een simpele draaimolen maakt niet uit. Want er wordt niet zoals in het vroegere Disneyland onderscheid gemaakt tussen A, B, C, D en E tickets. Toegangsprijs en ticketjes samengerekend kostte onze namiddag in de Jardin ons een 18 tal Euro per persoon. Een prijs die aan de kassa van de meeste kleine tot middelgrote parken wordt aangerekend. Al heb je hier wel de beperking dat je slechts een gelimiteerd aantal attracties kan doen. Wil je meer betaal je meer, wat de Jardin toch ergens een duur park maakt. Daarenboven is de commerciële zet van de Jardin om de boekjes in oneven getallen te verkopen (15 stuks) natuurlijk ook bitter omdat je met z’n tweeën toch verplicht zal zijn nog een extra ticket te kopen aan respectievelijk €2,70. Gelukkig hebben wij dit euvel kunnen mijden doordat mijn vriendin Melissa een extra ticketje tussen het struikgewas wist te vinden .

 
De eerste attractie die je tegenkomt als je het park binnenkomt is de bootvaart ‘La Rivière Enchantée’. Deze bootvaart dateert uit 1927 en zal daarmee waarschijnlijk één van de oudste Europese bootvaarten zijn. Daarom straalt deze attractie dan ook pure nostalgie uit. De bediening gebeurt nog geheel handmatig en de aandrijving is net als bij Jungle Monster in Hellendoorn of Kanalfahrt in Holiday Park door middel van een groot waterrad dat de rivier van stroming voorziet. Leuk detail dat je niet terugvindt bij de laatst genoemden is dat dit rad ook zorgt voor de aandrijving van een kleine lifthill aan het einde van de attractie.
De bootjes zijn klein en bieden plaats aan maximaal zes personen. Ze varen doorheen een prachtig dichtbegroeid traject midden in het park. Ondanks de centrale ligging van de attractie kan je deze van nergens aanschouwen. Het groen is er zo dicht dat de enige manier om de bootvaart te zien hem te doen is. En dat maakt deze attractie tot een verstopt juweeltje. Het is met stip de gezelligste, rustigste en meest knusse bootvaart die ik al deed. Halverwege de attractie vaart je bootje trouwens door een waterneveltunnel gevormd door struiken. Een heel simpel maar op deze vaartocht bijzonder fijn effect.
De oernostalgie en gezelligheid van deze bootvaart zijn zelfs zo fijn dat we later op de dag zelfs een tweede maal inscheepten. Echter, bij deze tweede rit merkten we toch een minpuntje op. De stenen vaargeul is voor verdwaalde watervogels nogal diep om uit te geraken. Zo kwamen we halverwege ons traject een klein eendje tegen dat letterlijk voor zijn leven moest zwemmen om niet door onze boot geraakt te worden. Spektakel was het natuurlijk wel om het eendje als een gek te zien opspringen tegen de hoge stenen wanden van de vaargeul en te zien zwemmen om onze boot toch steeds voor te blijven. Gelukkig heeft een personeelslid aan het einde van de rit steeds een vangnet in de aanslag om deze verdwaalde diertjes op te vangen en hen terug op het droge te zetten. Als je erover nadenkt best een geestig tafereel. Dus mits wat geluk/pech krijg je ook spanning en sensatie mee op deze attractie .

Na deze attractie begaven we ons wat verder in het park, naar de vaste attractiezone ‘Le Village des Manèges’. Het is namelijk zo dat, met uitzondering van een 8-tal attracties zowat alle attracties op één plek in het park zijn gelegen. Het merendeel van de attracties hier is los van de kermis overgenomen en zonder veel fijne parkinplanting neergepoot. Zo vinden we hier een koggemolen, een frog-hopper (jammer trouwens dat we dit type niet meer op onze kermissen terugvinden), een theetassenmolen, spiegelpaleis, paardjesspoor,…
De achterzijde van de zone is trouwens helemaal omgeven door allerhande spelletjes die je ook terugvindt op de kermis (ballenwerpen, schieten, eendjes vissen,…). De zone zelf biedt eigenlijk niet veel speciaals, dus na een fijn rondje op de Frog Hopper verlieten we al snel deze kermiszone.
Onderweg naar onze eerste achtbaan kwamen we trouwens eerst nog de vreemdste kettingmolen ooit tegen. Nugoed, opzich was die niet zo vreemd, volgens mij was het zelfs een standaard model. Maar ik kan me geen enkel pretpark voor de geest halen waar de kettingmolen eerst voorwaarts draait, dan in de lucht tot stilstand komt (met het tegen elkaar knallen van karretjes incluis) om vervolgens achterwaarts te draaien. Echt bijzonder vreemd. Als toeschouwer is dat spektakel natuurlijk de moeite, maar voor een ritje hebben we toch wijselijk gepast. En dan denk ik nog soms dat ik het als pretparkfan allemaal gezien heb…



Onze eerste achtbaan (het park heeft er drie) werd ‘Les Papillons d’Alice’. De naamgeving volg ik niet echt, want er was geen enkele papillon (vlinder) te bespeuren. Deze baan is een spinning coaster van fabrikant Reverchon, gekend van de spinning coaster Wild Mouse die op onze kermissen te vinden is. Echter betreft het hier een custom spinning coaster. Hoewel… echt veel ‘spinning’ kwam er niet aan te pas. Als het karretje over het ganse traject éénmaal 360 graden ronddraaide mag je van geluk spreken, want de karretjes draaien echt amper. Waaraan dit te wijten valt weet ik eigenlijk niet, want de baan had best wel het bochtenwerk dat een karretje aanzet tot spinnen. De enige verklaring die ik eraan kan geven is dat je hier slechts met twee i.p.v. met vier in een karretje zit. Dat maakt waarschijnlijk dat de karretjes door hun kleinere diameter en beperkter gewicht minder draaien. Ondanks dat het een vlot baantje is stelde deze door zijn beperkt spinning effect teleur. Zelfs op een tweede rit, waarbij we wat meegaven in de bochten sloeg het karretje er niet in helemaal rond te draaien.


Wat verder in het park, achter de Koreaanse tuin, staat de tweede achtbaan, 'Le Dragon'. Deze achtbaan is van de Franse constructeur Soquet (schertsend ook wel eens Suck-it genoemd). Veel banen heb ik van deze constructeur nog niet gedaan, maar het valt me wel steeds op dat banen van Soquet altijd iets raars hebben. Zo denk ik aan de rare rammelende lift van King op de kermis of de kettinglancering/rem van Train du Colorado in La Mer de Sable.
Ik heb vaak het gevoel dat banen van Soquet een plaats verdienen in het coaster rariteiten kabinet. En dat is voor deze baan niet anders. Zoals ik in mijn vorig verslag liet weten is deze baan amper 200m lang en 5m hoog. En toch, ondanks deze zeer lage statistieken heeft deze baan maar liefst drie op banden aangedreven lifthills. En daarenboven draaien de banden in het station de trein ook al tegen een redelijk hoge snelheid weg. Echt bizar. Verder is het een vrij simpele en tamme junior waar niet veel meer valt over te vertellen.



Achteraan het park, in de buurt van de dierenverblijven staat er een waterspeeltuin. Ik durf toegeven dat ik me op warme dagen in pretparken al wel eens met vrienden kan amuseren in waterspeeltuinen. Zo denk ik b.v. aan de waterspeeltuin in Slagharen of die in het oude Bugs Bunny Land te Walibi. Ondanks dat de temperatuur er wel naar was stond er naast deze waterspeelplaats echter iets veel fijner, namelijk een heel plein vol met waterverstuivers. Het is eens wat anders dan dansende fonteinen en het biedt een veel subtielere verfrissing dan de Bakken water die je over je krijg op een fonteinplein. Echt heerlijke verfrissing. Leuk is trouwens dat rond de waterspeelplaats allemaal strandstoelen staan waar je even lekker kan uitblazen. Veel Parijzenaars lagen hier rustig in het zonnetje te rusten of een boekje te lezen terwijl de kinderen zich volop uitleefden. En met wat geluk komt er ook nog een colonne pauwen langslopen met hun kleintjes. Het gevoel van in Parijs te zijn was bij mij alvast zoek, maar dat van op vakantie te zijn was des te meer aanwezig .



Na even uit te rusten trokken we terug naar de voorzijde van het park om een tochtje te maken met het oude treintje. Al flanerend naar de voorzijde kwamen we nog een manege tegen, allerhande dierenveblijven, restaurantjes, een parcours waar je golfballetjes kan schieten, een speeltuin en zelfs twee carrousels, waarvan één Keltische muziek en één jazz muziek draait (het is eens wat anders dan een klassiek orgel).
Als je zo rustig door het park wandelt besef je ook dat de Jardin beter kan gedefinieerd worden als een combinatie tussen pret- en recreatiepark dan als zuiver pretpark.
De oude trein genaamd ‘Le Petit Train’ opende in 1880 en vervoerde destijds de Parijzenaars naar de Jardin vanaf Place de l’Etoile (de plek waar de Arc de triomphe staat) via Le Bois de Boulogne. De Franse metro bestond toen nog niet en zowat iedereen die de Jardin toen bezocht kwam met dit treintje toe. Nu stopt de metro zo goed als naast de deur, en door de ondertussen uitgevoerde verkeerswerken is het traject van Le Petit Train sterk ingekort. Maar voor zij die nog willen proeven van deze oude brok nostalgie kunnen nog steeds instappen en met de trein een tocht maken door het Bois de Boulogne dat aan de andere kant van Le Jardin d’Acclimatation is gelegen. Geestig is wel dat de Jardin en het Bois de Boulogne van elkaar gescheiden zijn door een 4-baanvak weg, die zowat iedere twintig minuten wordt afgesloten met dranghekken om het treintje door te laten. Ergens hou je het niet voor mogelijk dat een redelijk drukke straat in het hart van Parijs zo vaak gesloten wordt om een trage trein te laten passeren, maar het zijn juist deze zaken die ook een groot deel van de charme uitmaken.
De treinrit zelf is eigenlijk maar weinig bijzonder. Je rijdt tot achterin het Bois de Boulogne maar dat is het dan ook. Wel leuk is dat ie achteraan een halte maakt waar heel wat bezoekers opstappen om zo, net als 130 jaar geleden met de trein toe te komen in Le Jardin d’Acclimation. En speciaal voor deze mensen, die er met kinderwagens de trein opstappen is er vooraan op de trein zelfs een speciale laadwagon voorzien speciaal voor kinderwagens.
Wel jammer is dat men de oude locomotieven ondertussen heeft vervangen door, nog steeds fraai ogende, diesellocomotieven. De historische meerwaarde zou echt zoveel fijner zijn moesten de oude stoomtreintjes nog dienst doen. Maar goed, ze zullen wel hun redenen hebben om niet meer met de oude locomotieven doorheen het bos en de stad te tsjoeken.


Na terugkomst in Le Jardin was er nog één attractie die onze aandacht wist te trekken, namelijk 'Tacot Express'. Ook hier betreft het een achtbaan van Soquet maar ditmaal was het een powered coaster. Als je de coaster bekijkt ziet deze er bijzonder flauw uit. Casey Jr. in het Disneyland Park lijkt zelfs meer pit te hebben. En dat geldt eigenlijk voor ongeveer 80 procent van de hele rit. Echter begeeft het treintje zich op het einde in een aan het oog onttrokken gebied waar ie een snelle en stijle drop maakt in een tunnel. Ik wil natuurlijk niet overdrijven, maar van verschietniveau kwam de first drop van Expedition Ge-Force toch in de buurt. Na je tam ritje neem je echt een helse duik in een tunnel en eens de trein de tunnel uitschiet lijkt ie wel uit elkaar te denderen. En ik moet zeggen… dit was echt leuk, een powered coaster met een furieuze apotheose. Laat je dus niet misleiden door wat je ziet van de baan, want eens ie uit het gezichtsveld verdwijnt maakt ie een hevige drop. De eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat we achteraan in de trein zaten, of het effect van deze drop elders in de trein even sterk is laat ik dus in het midden. En met deze baan slaagde Soquet er voor mij wederom in een baan met een vreemd element te plaatsen .
 




En met deze attractie sloten we af en ruilden we de groen rust weer voor de bruisende levendigheid van Parijs.
Is het een aanrader voor een bezoek? Goh, als pure pretparkliefhebber vind je er natuurlijk drie modeste achtbanen en een bijzonder fijne nostalgische bootvaart. Maar verder is het aanbod nogal eenzijdig. Zij die puur naar Le Jardin d’Acclimatation zouden trekken met het idee dat het een pretpark is zullen waarschijnlijk van een kale reis terugkomen. Le Jardin d’Acclimation is eerder een prima plek om tijdens je citytrip in Parijs even op adem te komen. Je kan er even tot rust komen en als je er zin in hebt een attractietje meepikken. Je kan er even uitblazen op een bankje of ligstoel en dat in een rustige oase te midden van een hectische stad, en dat is een groot deel van de charme. Het is er echt aangenaam en goed vertoeven en het biedt een prima afwisseling met de levendigheid van de stad. Wij hebben het er alvast naar onze zin gehad en het verbaast ons dan ook dat in de meeste toeristische gidsen er geen woord wordt gerept over deze attractie. En dat terwijl Le Jardin de Luxembourg en Le Jardin des Plantes blijkbaar die vermelding wel waard zijn. Maar zolang de toeristische gidsen dit niet doen hoop ik dat ik met dit TR toekomstige bezoekers van de stad een idee heb gegeven

(Sommige foto's zijn minder van kwaliteit omdat ze uit videobeelden komen)

 

Tekst en foto's: Thibault Van Look